Karine Jungbluth: vrijwilliger op de Africa Mercy

“Toen ik in België terug aankwam in het ziekenhuis dacht ik: we hebben hier alles voorhanden, en toch klagen we nog”

Karine Jungbluth ging drie weken aan boord van de Africa Mercy. Als vrijwillig anesthesieverpleegkundige begeleidde zij de anesthesisten met de verdoving en pijnbestrijding van patiënten tijdens de operatie. Vandaag blikt ze terug op een leerrijk avontuur. “Het was een heel intense, maar wel een heel boeiende ervaring.”

Karine, hoe is het verlopen op de Africa Mercy?

“Heel goed. Het was een geslaagde ervaring, absoluut. Het was wel intens, maar wel een goede ervaring. Ik heb er mijn job als anesthesieverpleegkundige kunnen uitoefenen. Ik begeleidde dus de verschillende dokters – anesthesisten – met het in slaap doen van de patiënt. Daarnaast moest ik ook de medicatie en het overige materiaal klaarleggen. Eigenlijk deed ik dus ongeveer hetzelfde werk als hier in België. Buiten dat het natuurlijk andere ingrepen zijn. Maar op anesthesiegebied kwam het wel overeen.”

Was het werk lastiger dan thuis?

“Nee, maar je moet toch wel meer gefocust zijn in het begin. Thuis ben je meer routinematig bezig. En ook door de verschillende medicatie aan boord. Het zijn bijvoorbeeld andere benamingen, andere doses enzoverder. Je moet daar echt wel goed bij nadenken. In België verandert er niet zo veel, buiten af en toe eens een medicament dat er bij komt. Je moet dus toch wel gefocust blijven, zien dat je je zeker niet vergist en dat je alles goed doet. Maar dat maakt het ook uitdagend natuurlijk. Het was echt een positieve ervaring.”

Heb je het gevoel dat je je steentje hebt kunnen bijdragen?

“Ja, heel zeker. Ik vind ook dat er gewoon goed werk wordt geleverd. Ik was tijdens mijn tijd op het schip bijvoorbeeld het vaakst in contact met vrouwen uit het Womens’ Health-programma. Het werk dat daar geleverd wordt, dat is echt prachtig om te zien! Je komt in contact met jonge vrouwen die door hun aandoening – de zogenaamde fistula’s – verstoten worden door hun gemeenschap. Meisjes van 12 en 13 jaar die incontinent zijn. Dat is toch nog wel een heel verschil om dit van zo dichtbij mee te maken. Ook op gebied van hygiëne is het daar een heel ander gegeven. Hier in België kan je je wassen en verzorgen, maar daar is dat niet het geval.

De toestand van sommige patiënten is me wel bijgebleven. Die jonge vrouwen die na een moeilijke bevalling te kampen hebben met fistula’s. Mensen die nog zo jong zijn. Maar het doet wel goed om te voelen dat die personen je dankbaar zijn nadat je ze hebt geholpen. Je beseft op die momenten ook dat we het hier in België toch wel heel goed hebben op gebied van gezondheidszorg. Toen ik in België terug aankwam in het ziekenhuis dacht ik: we hebben hier alles voorhanden, en toch klagen we nog.”

Vond je dat het ziekenhuisschip professioneel uitgerust was?

“Absoluut. Je voelt je volledig op je gemak en je moet ook niet bang zijn dat er iets gaat gebeuren dat je niet kan oplossen. Alles verliep gewoon heel vlot. De eerste week was het wel een beetje aanpassen, maar dat is logisch. Je bent snel ingewerkt. De eerste dag kreeg ik de hele dag informatie en iedereen staat ook klaar om te helpen als je vragen hebt. Dat is fijn. En voor je het weet ben je plots zelf andere mensen aan het helpen.”

Hoe zag je dag eruit?

“Dat hing er een beetje van af. Soms begon mijn dag met een meeting en gingen we daarna aan het werk. Maar normaal startte ik om 8.00 uur. De dag begon doorgaans met een briefing over de verschillende patiënten die we die dag moesten helpen en de belangrijkste aandachtspunten. Per dag hielp ik zo’n 3 patiënten. Soms was er tijd voor een middagpauze of werd ik afgelost. Op sommige dagen werkte ik tot 16.00 uur, op andere dagen tot 18.00 uur of later. En op sommige dagen had ik wachtdienst voor de dringende oproepen. Op die dagen moet je doorlopend beschikbaar zijn. 1 dag in het weekend en 4 weekdagen per 3 weken mag je niet van het schip.”

Heb je ook iets van Kameroen kunnen zien?

“Ja, ik heb 2 uitstapjes kunnen maken. Het was natuurlijke fijn om even niet aan boord te moeten zijn. De eerste zaterdag ben ik naar het strand gegaan. We zijn ook gestopt bij een Wildlife Center, waar apen die niet meer kunnen overleven in de wildernis opgevangen worden. En natuurlijk het strand, de zee en de zon, dat was wel leuk. De tweede keer ben ik naar de watervallen geweest. En dan ook nog eens naar een bloemen- en plantenplantage. Ook heel fijn.”

Ga je op een dag terug denk je?

“Ja, ik denk het wel. Misschien niet meteen volgend jaar, maar ik denk wel dat ik terugga.”

Tot slot: hoe heeft je omgeving gereageerd op deze ervaring?

“Heel positief. Ze waren ook wel betrokken bij dit avontuur. En tegenwoordig kan je bijna overal Facetimen, dus dat is allemaal gemakkelijker dan vroeger.”

LEES OOK: