Twee broers, één aandoening en tien jaar verschil: hoe opleiding het verschil maakt in klompvoetbehandeling
Deze twee broers Fanirisoa en Vonjy werden allebei geboren met dezelfde aandoening, klompvoet. Maar hun traject liep totaal anders. Het verhaal van Fanirisoa en Vonjy toont wat er gebeurt als kennis blijft hangen, en waarom investeren in lokale zorg zoveel verder reikt dan één patiënt.
Twee broers, één start
Op een warme ochtend zitten twee broers naast elkaar op een houten bank in het Hôpital Analakininina in Toamasina, Madagaskar. Fanirisoa is vijf en kijkt nieuwsgierig rond. Zijn ogen volgen alles wat beweegt, alsof hij niets wil missen. Naast hem zit zijn jongere broer Vonjy, drie jaar oud. Hij schuift iets dichter tegen zijn mama aan, rustiger, wat afwachtender, en vooral zoekend naar een beetje houvast.
Het is een ziekenhuis, maar daar is weinig van te merken als je hen bezig ziet. Ze lachen, geven elkaar kleine duwtjes en vinden zelfs hier momenten om gewoon kind te zijn. Wat hen verbindt, gaat verder dan broer zijn. Ze zijn allebei geboren met klompvoeten, een aangeboren aandoening waarbij de voeten naar binnen draaien. Zonder behandeling maakt dat stappen pijnlijk en beperkt het alles wat voor een kind vanzelfsprekend zou moeten zijn: lopen, spelen en naar school gaan.
Wat doe je als je in een land woont met weinig opties?
Toen Fanirisoa geboren werd, deden zijn ouders wat veel gezinnen in Madagaskar doen wanneer gespecialiseerde zorg moeilijk bereikbaar is: ze zochten hulp in traditionele behandelingen. Massages, verbanden en hoop dat het vanzelf zou beteren.
Er kwam wel wat vooruitgang, maar nooit genoeg. Naarmate hij ouder werd, bleef stappen moeilijk en pijnlijk. Hij kon niet vrij bewegen zoals andere kinderen, en zijn ouders begonnen zich steeds meer zorgen te maken over wat dat zou betekenen voor zijn toekomst. Toen enkele jaren later ook Vonjy met dezelfde aandoening werd geboren, kwam die bezorgdheid dubbel zo hard binnen.
Hun vader, Edmine, herinnert zich die periode nog levendig. “Stappen deed pijn voor hen. Ze jammerden voortdurend en zeiden: ‘Het doet pijn, papa’” In hun omgeving werden de jongens soms uitgelachen om de manier waarop ze liepen en ze kregen bijnamen. Hun ouders reageerden daar niet op. “We zeiden niets,” vertelt Edmine. “Zo waren de dingen gewoon.”
Een lange rit richting hoop
Toen het gezin hoorde over de Africa Mercy en een gespecialiseerde klompvoetkliniek in het Hôpital Analakininina, besloten ze de stap te zetten. Met de hoop dat hun zonen geholpen konden worden, vertrokken ze uit hun dorp in de centrale hooglanden van Madagaskar. De reis naar de havenstad Toamasina duurde meer dan acht uur. Een lange tocht, met één duidelijke vraag: kan het anders voor onze kinderen?
Twee trajecten, één plek
In het ziekenhuis werden beide jongens onderzocht. Fanirisoa, de oudste, kwam in aanmerking voor behandeling binnen het toenmalige mentoringprogramma van Mercy Ships. Dat programma richtte zich op oudere kinderen en meer complexe gevallen. Bij Vonjy lag het anders. Zijn situatie was minder complex en kon lokaal behandeld worden. Hij hoefde niet doorverwezen te worden naar het team op het schip. Op het eerste gezicht lijkt dat een verschil. Maar eigenlijk vertelt het net iets anders.
Wat tien jaar eerder begon
Bijna tien jaar voor dit moment had Mercy Ships al mee een klompvoetkliniek opgezet in hetzelfde ziekenhuis, via een eerste opleidingsprogramma in Madagaskar. Lokale zorgverleners werden toen opgeleid in de Ponseti-methode, een behandelmethode die wereldwijd wordt gebruikt om klompvoeten te corrigeren. Het doel was duidelijk: niet alleen behandelen, maar kennis doorgeven zodat de zorg blijft bestaan, ook wanneer het schip weer vertrekt.
Dr. Saholy Razafindranaly, een Malagassische arts en Ponseti-trainer, maakte die beginperiode mee.
“2015 was het startpunt van de behandeling van klompvoeten met de Ponseti-methode hier in Madagaskar, met steun van Mercy Ships,” legt ze uit. “Meer dan 3.000 kinderen zijn sindsdien behandeld en genezen.”
Wanneer kennis blijft
Wat bij Vonjy gebeurt, lijkt eenvoudig: hij wordt behandeld in zijn eigen land, door lokale zorgverleners, zonder tussenkomst van een extern team. Maar dat is het net niet. Tien jaar geleden was die zorg er nauwelijks. Door te investeren in opleiding en begeleiding zijn lokale teams vandaag zelf in staat om klompvoeten te behandelen, van diagnose tot opvolging.
Voor Fanirisoa zag het traject er anders uit. Hoewel hij in dezelfde kliniek behandeld werd, maakte zijn behandeling deel uit van een vernieuwd mentoringprogramma van Mercy Ships. Dat programma richt zich specifiek op oudere kinderen en complexere gevallen.
Fysiotherapeut en programmamanager Nick Veltjens legt het verschil uit:
“In 2015 en 2016 lag de focus vooral op jonge kinderen. Vandaag bouwen we de capaciteit op om ook oudere kinderen te behandelen.” De basis van de Ponseti-methode blijft dezelfde, maar bij oudere kinderen vraagt het meer expertise, meer geduld en meer ervaring. Voor Fanirisoa betekende dat wekenlang gipsen, stap voor stap corrigeren, een kleine maar noodzakelijke operatie en nauwgezette opvolging.
Zijn behandeling ging dus niet alleen over hem. Het was tegelijk een leerproces voor lokale zorgverleners, zodat zij in de toekomst ook oudere kinderen zelfstandig kunnen behandelen.
Meer dan zorg alleen
Voor Dr. Saholy is dat precies waar het om draait. “Mercy Ships biedt niet alleen zorg, maar ze leiden lokale zorgverleners op. Ze delen hun kennis, en dat versterkt onze ervaring en kennis. ” Die aanpak maakt het verschil op lange termijn. Het zorgt ervoor dat zorg niet stopt bij één patiënt, maar verder groeit.
Ook orthopedisch chirurg Dr. Rachel Buckingham uit het Verenigd Koninkrijk, die als vrijwilliger meewerkte, ziet dat zo. Zij hielp lokale chirurgen opleiden in de operatiezaal, specifiek rond de kleine maar cruciale ingrepen bij klompvoeten. “Het doel is om lokale opleidingen zo te versterken dat Mercy Ships op een dag niet meer nodig is,” zegt ze.
Wat dat betekent voor één gezin
Voor vader Edmine is het resultaat heel concreet. “Nu zijn hun voeten recht en kunnen ze normaal stappen,” zegt hij. Hij denkt ook aan wat had kunnen zijn. “Als ze geen behandeling hadden gekregen, zou dat een zware last geweest zijn voor ons als ouders. Op een dag zijn we er misschien niet meer, en dan zou leven met zo’n beperking heel moeilijk zijn.” Wat hij nu vooral wil, is dat zijn zonen dezelfde kansen krijgen als andere kinderen. “Hun voeten zijn zoals die van iedereen. Ze kunnen alles doen wat andere kinderen ook doen.

Fanirisoa en Vonjy werden naast elkaar behandeld, maar dragen elk een ander stukje van hetzelfde verhaal. De ene staat symbool voor wat tien jaar geleden werd opgebouwd. De andere voor wat vandaag wordt doorgegeven naar de toekomst.
En precies daarin zit de echte impact. Wanneer kennis gedeeld wordt, stopt zorg niet. Ze groeit mee en ze vermenigvuldigt. Stapje voor stapje.
Benieuwd hoe opleidingsprogramma’s zoals deze lokale gezondheidszorg versterken? Ontdek hier meer en zie hoe impact blijft duren, lang nadat de behandeling voorbij is.








