Ik verstop me niet langer

30 november 2016

Nog slechts drie maand moet ze in de leer en dan was ze gediplomeerd naaister. Die vervloekte fles benzine, voor de motorfiets van haar oudste broer bij wie ze na vaders dood was ingetrokken, maakte een einde aan die droom. Nu ja, ze was zelf onvoorzichtig geweest. Had onbezonnen een lucifer aangestreken om bij kaarslicht die blouse af te werken. Naaien, ze is er verzot op! Ze probeerde nog de fakkel de kamer uit te werken, maar toen stonden haar handen in brand. Haar armen. Haar gezicht. Haar been.

De pijn was na verloop van tijd te verbijten, maar zonder pagne over hoofd en armen waagde ze zich niet meer op straat. Een vriend van haar broer zag op tv over de komst van Mercy Ships. Hier is ze dan nu, aan boord van de Africa Mercy, enkele operaties verder. Met de littekens in haar gezicht zit ze niet, beweert ze, zolang het maar goed komt met die handen. Zodat ze weer kan naaien. En niemand nog langer tot last zal zijn.

Dek 7, halfdrie. Voorzichtig legt Blaindine (22) haar omzwachtelde rechterhand op mijn linkerhand. Alsof ze me geen pijn wil doen. Blaindine, en alle andere patiënten die hier elke namiddag een luchtje komen scheppen, zijn liefdevol omringd door verpleegkundigen en bemanning, allen vrijwilligers die betalen voor het voorrecht aan boord te mogen zijn.

Op het beschermende plaatje voor haar linkerhand staat in rode viltstift in het Engels te lezen: „Geschapen naar Gods beeld.” Blaindine wijst onhandig om zich heen. „Mijn besluit staat vast”, zegt ze. „Ik verstop me niet langer. Dat ben ik verplicht aan al deze lieve mensen.”

Lees Peter zijn artikel voor Kerk & Leven hier.

e49a2482

e49a2371

e49a2911

 

Tekst: Peter Gordts, eindredacteur Kerk & Leven
Beeld: Jean Platteau